Op 16 en 17 april vond The Art Department plaats in Eindhoven. Een festival rond film, animatie en games, waar zowel het eindresultaat als het creatieve proces centraal staan. Tijdens talks, workshops en panelgesprekken kwamen vragen, keuzes en twijfels naar boven die sterk herkenbaar zijn binnen onze designpraktijk.
Wat vooral opviel: sterk designwerk ontstaat zelden uit eindeloze referenties of trends. Het vertrekt vanuit beperking, persoonlijke ervaring en een bewust proces. Niet als inspiratie op zich, maar als manier om tot een eigen standpunt te komen.
De unieke benadering van de sprekers
- Pernille Ørum startte een illustratieproject vanuit kleuren uit haar directe omgeving: gesteentes, schelpen en planten. Die beperking leidde vanzelf tot een coherent en geloofwaardig palet.
- Ook Cat Johnston vertrekt vanuit haar eigen leefwereld. Thema’s als allergie, zonnebrand of insomnia worden geen obstakels, maar vertrekpunten voor werk dat tegelijk persoonlijk en herkenbaar is. Ze maakt er zelfs goden van, waardoor een interessante spanning ontstaat.
- Volgens Nathan Fowkes zit de waarde niet in hoe complex of eenvoudig een werk oogt, maar in het traject ernaartoe. Hij verwees naar het proces van Willem de Kooning en Mark Rothko: abstract expressionisme is geen stijlkeuze, maar het resultaat van een lange zoektocht. Het gaat niet om smaak, maar om het begrijpen van het proces achter de keuze.
- Diezelfde gedachte kwam terug bij Lip Comarella. Hij benadrukte het belang van “density of expertise”: kleine, multidisciplinaire teams met korte feedbackloops en directe communicatie. Die aanpak noemde hij “creative velocity”, teams die snel kunnen schakelen omdat ze dicht op elkaar werken.
Opvallend is hoe deze inzichten ingaan tegen hoe creatief werk vandaag vaak ontstaat. De reflex om inspiratie te halen uit designblogs of eindeloos te scrollen binnen dezelfde sector leidt zelden tot iets nieuws. Integendeel: we zien steeds vaker dezelfde uitwerkingen, zowel bij Amerikaanse als Europese merken, ondanks totaal verschillende contexten en doelgroepen.
Nood aan een eigen referentiekader
Wat ontbreekt, is een eigen referentiekader. Werk dat vertrekt vanuit je omgeving, interesses en ervaringen wordt niet alleen persoonlijker, maar ook moeilijker te kopiëren. En net daar ligt het verschil tussen werk dat generisch aanvoelt en werk dat blijft hangen.
The Art Department maakt duidelijk dat het niet gaat om méér inspiratie, maar om betere input. Niet om sneller produceren, maar om bewuster bouwen aan een process dat leidt tot iets eigen, tot werk dat relevant blijft, ook op lange termijn.
















